Wetenschappelijk onderzoek
Mededeling
Congo, 1885-1908-1960-2008-2010 - Koloniaal erfgoed jarig
Bron: KADOC Katholieke Universiteit Leuven
Op 18 oktober zal het precies een eeuw geleden zijn dat Congo Vrijstaat, een soeverein land onder het bestuur van de Belgische koning Leopold II, een kolonie van België werd. Op die dag in 1908 werd immers de overname van de onafhankelijke Congostaat door België officieel afgekondigd. Het was het begin van een koloniaal avontuur dat tot midden 1960 duurde en waarvan de gevolgen ook vandaag nog tastbaar zijn, denk maar aan de relaties tussen de République Démocratique du Congo en België.
Die honderdste verjaardag gaat bijna ongemerkt voorbij. De studiedag “Congo in het kwadraat” bijvoorbeeld, die Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds op 22 november in het Museum voor Midden-Afrika organiseert, verwijst naar de onafhankelijkheid van Congo in 1960, “bijna 50 jaar” geleden en niet naar 1908. 2010 lijkt dan ook het “Congojaar” bij uitstek te worden. Dan is Congo niet alleen een halve eeuw onafhankelijk, maar is het ook 125 jaar geleden dat Leopold II als soeverein over Congo Vrijstaat werd erkend.
Ook voor KADOC staat 2010 in het teken van Congo, hoewel in het centrum heel wat erfgoed over de overname in 1908 aanwezig is, zoals in het archief van de missionarissen van Scheut, archief Lammens-Verhaegen en de Vaticaanse archieven. Met verschillende partners plant KADOC in 2010 een tentoonstellings- en publicatieproject over “Religie en kolonisatie”. Centraal staat de idee van de interactie tussen religieuze en maatschappelijk-politieke systemen, bekeken vanuit Afrikaans perspectief. Om dat mogelijk te maken werd bij de Vlaamse overheid een erfgoedproject ingediend onder de titel “Prospectie en registratie van (mondelinge) bronnen aangaande de receptie en perceptie door de autochtone bevolking van de westerse religieuze opvattingen en missionaire praktijken in de voormalige Belgische kolonie Congo en het mandaatgebied Rwanda, 1885-1960”. Dat werd onlangs goedgekeurd, in eerste instantie voor twaalf maanden. Het werd in nauw overleg met Afrikaanse partners ontwikkeld en behelst de creatie van mondelinge bronnen en de registratie van andere erfgoedgehelen. Die moeten een licht werpen op de receptie door de autochtone bevolking van de missionaire aanwezigheid, de introductie van het christendom en hun impact op de religieuze beleving, de culturele tradities en praktijken. Waar vroeger het missionaire verhaal louter of althans grotendeels vanuit westers (Vlaams) standpunt werd gezien, zullen deze bronnen het mogelijk moeten maken om een wederkerig perspectief te ontwikkelen.





